| Disclosure requirement | Extra informatie / weglating |
| Rapportage overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening) | Dit verslag betreft geen rapportage overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening |
| Nummer | Disclosure requirement | Hoofdstuk | Extra informatie / weglating |
| BP-1 | Algemene grondslag voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | Over Van Loon Group | Het verslag is opgesteld op een geconsolideerde basis waarbij dezelfde consolidatiekring wordt gehanteerd als in de jaarrekening, tenzij anders vermeld. Het verslag betreft zowel de eigen activiteiten als de up- en downstream waardeketen. Er is geen informatie weggelaten uit dit verslag omwille van bedrijfsgevoelige redenen. Van Loon Group heeft geen gebruik gemaakt van vrijstellingen. |
| BP-2 | Rapportage over specifieke omstandigheden | Over Van Loon Group | Deze duurzaamheidsrapportage is niet geverifieerd door een externe assurance provider. Binnen dit verslag is geen financiële rapportage inbegrepen. We hanteren de tijdshorizonten zoals voorgeschreven in ESRS 1, sectie 6.4: kort 1 jaar, middellang 1–5 jaar, lang meer dan 5 jaar. De rapportageperiode voor de duurzaamheidsverklaring is gelijk aan die van de jaarrekening (01-01-2024 t/m 29-12-2024). Op berekeningen binnen hoofdstuk “Emissies” is een bepaalde mate van onzekerheid van toepassing door aannames in de waardeketen (scope 3). We blijven de betrouwbaarheid van de data continu verbeteren door meer gedetailleerde informatie van onze leveranciers te betrekken. Alle beleidsstukken zijn beschikbaar op de website. |
| GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | Governance | |
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | Governance | |
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Governance | Vanaf 2024 wordt minimaal 20% van de persoonlijke variabele beloningen bepaald door een doelstelling gekoppeld aan een duurzaamheidsthema. |
|
GOV-4 | Due-diligenceverklaring | Dit verslag bevat nog geen due-diligence mapping. | |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage | Van Loon Group heeft nog geen geformaliseerd risico-management inzake de duurzaamheidsrapportage. | |
|
SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen |
Over Van Loon Group Onze duurzaamheidsstrategie | In 2024 is Maître B.V. toegevoegd aan de consolidatiekring van Van Loon Group, dit is een uitbreiding van de convenience divisie binnen het diensten/productenassortiment van Van Loon Group. Q-food België is in 2024 nog geen onderdeel van de consolidatiekring van Van Loon Group. 100% van de omzet van Van Loon Group valt binnen de ESRS-sector Food & Beverages. Van Loon Group is niet actief in de sectoren fossiele brandstoffen, chemische producten, controversiële wapens en/of tabaksindustrie. |
| SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | Onze duurzaamheidsstrategie | |
|
SBM-3 | Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | Onze duurzaamheidsstrategie | Dit verslag bevat geen kwantificatie van financiële effecten. Van Loon Group heeft geen veerkrachtanalyse uitgevoerd. |
| IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | Onze duurzaamheidsstrategie | |
| IRO-2 | Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming | ESRS Index |
| Nummer | Disclosure requirement | Hoofdstuk | Extra informatie / weglating |
| E1.GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Governance | Beloningsregelingen zijn gekoppeld aan duurzaamheidsthema's, niet specifiek aan prestaties ten aanzien van broeikasgasemissiereductie. |
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | Emissies | Dit verslag bevat geen beoordeling van locked-in broeikasgasemissies. |
| E1.SBM-3 | Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | Emissies | Dit verslag bevat geen klimaatrisicoanalyse |
| E1.IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico’s en -kansen in kaart te brengen en te analyseren | Onze duurzaamheidsstrategie | Dit verslag bevat geen klimaatrisicoanalyse |
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie |
Emissies
Energiemanagement | Van Loon Group heeft nog geen beleid en doelen gesteld ten aanzien van klimaatadaptatie. |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | Emissies | Uitgevoerde emissiereductiemaatregelen CO2 besparing per jaar 2019-2024 SBTi inventory Scope 1 en 2 Vervanging/retrofitten van koelingen naar natuurlijke koudemiddelen (1.700 tCO2, CapEx €888.491) Optimaliseren van footprint fabrieken (1.000 tCO2, CapEx €1.119.613) Elektrificeren wagenpark (100 tCO2); Inkoop Nederlandse groene stroom (8.500 tCO2, OpEx €231.449); Verlaging milieubelasting overig ingekochte stroom, stroometiket (9.000 tCO2). Scope 3 Fossiel Minder verpakkingsmateriaal, opslag vrieshuizen en minder diensten/producten gebruikt (5.200 tCO2); Minder kilo's getransporteerd (3.300 tCO2); Overnamen bedrijfsgebouwen (-800 tCO2); Minder brandstof (1.000 tCO2); Schonere afvalverwerking (600 tCO2); Meer medewerkers met gemiddeld toegenomen reisafstand per medewerker (-600 tCO2). Scope 3 FLAG Lagere inkoop rundvlees (1.100 kiloton CO2); Hogere inkoop varkensvlees (-200 kiloton CO2). Geplande emissiereductiemaatregelen 2025-2030 SBTi inventory zijn uitgesplitst in de transitieplan grafieken. De beoogde investeringen hiervoor zijn niet volledig gekwantificeerd. |
| E1-4 | Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | Emissies | De officiële near-term science-based target doelstelling: Energie en industrie Van Loon Group verbindt zich ertoe om de absolute scope 1 en 2 BKG-emissies met 66,20% te verminderen tegen 2030 ten opzichte van een basisjaar 2019. Van Loon Group verplicht zich om de absolute scope 3 broeikasgasemissies van ingekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, upstream transport en distributie, afval gegenereerd bij activiteiten, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers en de verwerking van verkochte producten aan het einde van de levensduur met 46,20% te verminderen in hetzelfde tijdsbestek. FLAG Van Loon Group verplicht zich om de absolute scope 3 FLAG broeikasgasemissies met 33,33% te verminderen in 2030 vanaf een basisjaar 2019.* Van Loon Group verplicht zich om geen ontbossing te laten plaatsvinden in haar primaire ontbossing-gerelateerde grondstoffen, met een streefdatum van 31 december 2025. *Doel is inclusief FLAG-emissies en -verwijderingen. De SBTi inventory van Van Loon Group tijdens validatie van de doelstellingen dekt: 100% Scope 1 en 2 70% Scope 3 Fossiel (excl. 3.9 Downstream transport, en 3.10 Processing of sold products) 97% Scope 3 FLAG (enkel rundvlees en varkensvlees) |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | Energiemanagement | |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies | Emissies | Er is een bepaalde mate van onzekerheid van toepassing op berekende scope 3 emissies. Ten opzichte van de voorafgaande rapportageperiode is Maître toegevoegd aan de consolidatiekring, hiervoor is geen correctie (verhoging met terugwerkende kracht) gemaakt van de broeikasgasemissies in het basisjaar, de overname heeft minder dan 5% impact op onze footprint in 2024. De emissies zijn berekend met behulp van gegevens van: CO2emissiefactoren.nl, SEC-stroometiketten, Agrifootprint database, RIVM database, US EEIO gecorrigeerd voor inflatie en wisselkoers, DEFRA database, wetenschappelijke studies en proxy data uit de keten. De beschikbare activiteitsdata is altijd gebruikt wanneer mogelijk. Indien dit niet het geval was, is er specifiek geëxtrapoleerd, en wanneer dat ook niet mogelijk was, is er gekozen voor een spendbased benadering. De spendbased berekeningen voor 2024 zijn als volgt: 32% van Scope 3.1 (Ingekochte goederen en diensten), 100% van Scope 3.2 (Kapitaalgoederen), en 11% van Scope 3.6 (Zakelijke reizen). Binnen Scope 3.1 (verpakkingen) is activiteitsdata gebruikt voor 58% van de uitgaven aan verpakkingsmateriaal, 10% is direct geëxtrapoleerd op basis van activiteitsdata van voorgaande jaren, het totaal hiervan werd geëxtrapoleerd naar de volledige inkoopwaarde van de verpakkingsmaterialen. Categorie 3.4 (Upstream transport & distributie), en 3.12 (Downstream transport & distributie): Door gebrek aan representatieve activiteitsdata (liters benzine en diesel) is een distance-based analyse gebruikt om een schatting te krijgen bij de omvang van de categorie. Het gebruik van distance-based data is onderhevig aan inschattingen en aannames en er kan exact geen onderscheid gemaakt worden tussen verschillende dienstverleners. Categorie 3.10 (Verwerking van verkochte producten): De hoeveelheid verkochte kilogrammen aan industrie is geschat op basis van een spend-analyse. Spend-analyses zijn door inschattingen en aannames gevoelig voor onzekerheden. |
| E1-7 | Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits | Emissies | Van Loon Group prioriteert reductie van broeikasgasemissies binnen de eigen ketens, wij maken geen gebruik van broeikasgasverwijderingen en carbon credits. |
| E1-8 | Interne koolstofbeprijzing | Emissies | Van Loon Group past geen interne koolstofbeprijzing toe. |
| E1-9 | Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen | Emissies | Dit verslag bevat geen beoogde financiële effecten. |
| Nummer | Disclosure requirement | Hoofdstuk | Extra informatie / weglating |
|
S1.SBM-2 |
Belangen en opvattingen van stakeholders | ||
|
S1.SBM-3 |
Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel |
Onze duurzaamheidsstrategie | |
|
S1-1 |
Beleid ten aanzien van eigen personeel |
Veiligheid van medewerkers | Van Loon Group respecteert de fundamentele mensenrechten van al haar medewerkers en handelt in overeenstemming met internationaal erkende normen op het gebied van arbeids- en mensenrechten. Ons beleid op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn, diversiteit, gelijkheid en inclusie is inhoudelijk afgestemd op de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s), de OESO-richtlijnen en de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO). Hoewel het beleid aansluit bij de UNGP’s, is een formeel due diligenceproces voor mensenrechten nog in ontwikkeling. Wij hebben ook geen maatregelen getroffen om herstel te bieden of mogelijk te maken bij negatieve impact op mensenrechten, in situaties waarin sprake is van een mogelijk probleem of een melding, doen wij er alles aan om dit op een zorgvuldige en integere manier op te lossen. In de praktijk passen we al elementen van due-diligence toe zoals risicoanalyse, betrokkenheid van werknemersvertegenwoordiging, en periodieke monitoring en bijsturing van beleid. |
|
S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts |
Veiligheid van medewerkers | Medewerkers worden vertegenwoordigd via de gemeenschappelijke ondernemingsraad, input van medewerkers wordt gevraagd via pulse-surveys. Door de sterke verankering van arbeidsrechten binnen nationale wetgeving, cao’s en medezeggenschapsstructuren zijn Global Framework Agreements hier minder noodzakelijk. Er zijn geen extra maatregelen genomen voor specifieke kwetsbare of gemarginaliseerde groepen binnen het eigen personeel. |
|
S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | Medewerkers kunnen melding maken van (sociaal) onveilige situaties bij hun leidinggevende, of anoniem via (externe) vertrouwenspersonen en de klokkenluidersregeling. Hiermee kunnen problemen worden gesignaleerd en aangepakt. Informatie over deze mogelijkheden is voor alle medewerkers beschikbaar op het intranet, in het medewerkershandboek en, voor de klokkenluidersregeling, ook op de website. | |
|
S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te mitigeren en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen |
Veiligheid van medewerkers
Gezondheid en welzijn van medewerkers | |
|
S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen |
Veiligheid van medewerkers
Gezondheid en welzijn van medewerkers | |
|
S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming |
Gezondheid en welzijn van medewerkers
Diversiteit, gelijkheid en inclusie | |
|
S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | Diversiteit, gelijkheid en inclusie | |
|
S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | Gezondheid en welzijn van medewerkers | |
| S1-9 |
Diversiteitsmaatstaven | Diversiteit, gelijkheid en inclusie | |
| S1-10 |
Leefbare lonen | Gezondheid en welzijn van medewerkers | Al onze eigen medewerkers en medewerkers niet in loondienst ontvangen leefbare lonen, volgens benchmark Mercer – Living Wage Report (Basic standard of living). |
| S1-11 | Sociale bescherming |
Gezondheid en welzijn van medewerkers
Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Medewerkers in loondienst vallen onder het stelsel van sociale zekerheid, wat onder meer inkomensbescherming bij ziekte, werkloosheid en arbeidsongevallen biedt. Daarnaast beschikken zij over het recht op ouderschapsverlof en een goede pensioenregeling. |
| S1-12 | Mensen met een beperking | Van Loon Group houdt geen registratie bij van het aantal medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. | |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | Gezondheid en welzijn van medewerkers | |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven |
Veiligheid van medewerkers Gezondheid en welzijn van medewerkers | |
| S1-15 | Maatstaven voor werkprivébalans | Gezondheid en welzijn van medewerkers | |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | Diversiteit, gelijkheid en inclusie | In 2025 brengen we het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen in kaart. |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten |
Diversiteit, gelijkheid en inclusie Integere bedrijfsvoering | Binnen Van Loon Group valt discriminatie onder de overkoepelende term ongewenst gedrag. |
| Nummer | Disclosure requirement | Hoofdstuk | Extra informatie / weglating |
|
S4.SBM-2 |
Belangen en opvattingen van stakeholders |
Onze duurzaamheidsstrategie | |
|
S4.SBM-3 |
Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | Betaalbaarheid en bereikbaarheid van producten | |
|
S4-1 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | Betaalbaarheid en bereikbaarheid van producten | |
|
S4-2 | Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts |
Onze duurzaamheidsstrategie Betaalbaarheid en bereikbaarheid van producten | Van Loon Group beschikt momenteel niet over een direct communicatiekanaal dat specifiek is ingericht voor overleg met consumenten en eindgebruikers over (potentiële) impacts. Wel voeren wij periodiek gesprekken met onze klanten, waarin relevante onderwerpen – waaronder mogelijke effecten op eindgebruikers – aan bod kunnen komen |
|
S4-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken | Betaalbaarheid en bereikbaarheid van producten | Van Loon Group heeft momenteel geen significante negatieve impact op consumenten of eindgebruikers geïdentificeerd. Consumenten en eindgebruikers hebben de mogelijkheid om contact met ons op te nemen via e-mail of telefoon om klachten, zorgen of andere opmerkingen kenbaar te maken. Binnenkomende meldingen worden zorgvuldig geregistreerd en toegewezen aan de verantwoordelijke afdeling of persoon binnen de organisatie, zodat een passende opvolging kan plaatsvinden. |
|
S4-4 | Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen |
Markt- en consumentenontwikkelingen Betaalbaarheid en bereikbaarheid van producten | |
|
S4-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen |
| Nummer | Disclosure requirement | Hoofdstuk | Extra informatie / weglating |
|
G1.GOV-1 |
De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | Governance | |
|
G1.IRO-1 |
Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | ||
|
G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur |
Eerlijke arbeidsomstandigheden in de toeleveringsketen Dierenwelzijn Integere bedrijfsvoering | De training op het gebied van corruptie en omkoping is gericht op commerciële medewerkers en het senior management, aangezien deze functies het meest blootstaan aan risico’s op corruptie en omkoping. De klokkenluidersregeling wordt jaarlijks getest. Klokkenluiders worden beschermd en in geen geval benadeeld als gevolg van hun melding. |
|
G1-2 | Beheer van relaties met leveranciers |
Onze duurzaamheidsstrategie Eerlijke arbeidsomstandigheden in de toeleveringsketen Integere bedrijfsvoering | Van Loon Group hanteert een leveranciersbeleid met inkoopvoorwaarden (kwaliteit en duurzaamheid) en een gedragscode gericht op ethisch, sociaal en milieubewust ondernemen. Vanaf 2025 gaan we leveranciers aansluiten op het Sedex platform. Hier voeren we risicoanalyses uit op basis van Self Assessment Questionnaires (SAQ’s) en risicoscores, dit is verplicht voor A-leveranciers en wordt gefaseerd uitgebreid. Na het aansluiten van leveranciers op Sedex omvatten kwaliteitsaudits waar relevant ook sociale en milieuthema’s, met opvolging via actieplannen. Er is een vertrouwelijk meldsysteem voor interne en externe stakeholders. Bij ernstige schendingen kan samenwerking worden beëindigd, met nadruk op verbetering via dialoog en ondersteuning. |
|
G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | Integere bedrijfsvoering | |
|
G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | Integere bedrijfsvoering | |
| G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten |
Voor Van Loon Group is deze rapportageverplichting niet materieel. | |
| G1-6 |
Betalingspraktijken |
Voor Van Loon Group is deze rapportageverplichting niet materieel. |